anna@groei-op.nl (06 13666765)

Han­de­lings­ge­rich­te dia­gnos­tiek

De insteek van een onder­zoek is altijd han­de­lings­ge­richt. De vraag die we ons stel­len is dan ook niet alleen: wat zijn pre­cies de pro­ble­men en waar komen ze moge­lijk van­daan, maar voor­al: wat kun­nen we doen om deze pro­ble­men te ver­min­de­ren? Wan­neer bij uw kind een onder­zoek gedaan wordt krijgt u altijd een ver­slag met han­de­lings­ge­richt advies, zoveel moge­lijk aan­slui­tend bij uw wen­sen en moge­lijk­he­den.

Intel­li­gen­tie­on­der­zoek

Een intel­li­gen­tie­on­der­zoek wordt bij­voor­beeld gedaan wan­neer er vra­gen zijn over de capa­ci­tei­ten van kin­de­ren (‘wordt mijn kind onder- of over­vraagd op school?’) en is bij­na altijd een goed begin bij aller­lei ande­re vra­gen. Uw kind lijkt bij­voor­beeld min­der te pres­te­ren op school door concentratie/werkhoudingsproblemen (of ver­moe­dens van ADD/ADHD). Dan kan een eer­ste stap zijn naar het intel­li­gen­tie­pro­fiel van uw kind te kij­ken om te zien of hier­in ook aan­wij­zin­gen zijn van onder­pres­ta­tie. Het kan ook zijn dat in dit onder­zoek gevon­den wordt dat uw kind moei­te heeft met taken waar­bij een beroep wordt gedaan op het werk­ge­heu­gen. Alle infor­ma­tie die een onder­zoek ople­vert is nut­tig om te bepa­len wat het ver­volg­tra­ject is dat dat aan­sluit bij wat uw kind nodig heeft. In veel geval­len kunt u bij Groei! terecht voor een even­tu­eel ver­volg­tra­ject. Wan­neer dit niet het geval is, wordt een advies gege­ven waar uw hulp­vraag ver­der in behan­de­ling geno­men kan wor­den. In een intel­li­gen­tie­on­der­zoek wor­den ver­schil­len­de aspec­ten van de intel­li­gen­tie van een kind onder­zocht, zoals de ver­ba­le– (tali­ge) en de per­for­ma­le (prak­ti­sche) intel­li­gen­tie. Daar­naast wordt er ook geke­ken naar de ver­wer­kings­snel­heid. Zie­hier voor een uit­ge­brei­de uit­leg.

Hoe? 

Groei! gebruikt voor dit onder­zoek de WISC-III. Dit is de mees­te gebruik­te intel­li­gen­tie­test voor kin­de­ren tus­sen de 6 en 16 jaar. Het afne­men van het onder­zoek duurt onge­veer 3 uur en vindt in prin­ci­pe plaats op één dag­deel, bij voor­keur de och­tend. Na afloop ont­vangt u een vol­le­dig ver­slag inclu­sief aan­be­ve­lin­gen voor uzelf, school en/of een behan­de­ling.

Voor wie?

Voor kin­de­ren en jon­ge­ren van 6–16 jaar. Neem con­tact op als uw kind jon­ger of ouder is voor de moge­lijk­he­den.

 

Soci­aal-emo­ti­o­neel onder­zoek

Soms is er een aan­lei­ding om onder­zoek te doen naar de soci­aal emo­ti­o­ne­le ont­wik­ke­ling van uw kind. Uw kind zit bij­voor­beeld niet lek­ker in zijn of haar vel maar het is niet dui­de­lijk waar­door dit ver­oor­zaakt wordt. Om een goe­de insteek voor behan­de­ling te heb­ben, kan het soms wen­se­lijk om eerst naar ver­kla­ren­de fac­to­ren te kij­ken. Oor­za­ken voor pro­ble­men in de soci­aal emo­ti­o­ne­le ont­wik­ke­ling kun­nen lig­gen in het kind zelf, door fac­to­ren in het gezin (bij­voor­beeld een schei­ding, moei­za­me band met één van de ouders, con­flic­ten tus­sen broertjes/zusjes, of bij­voor­beeld ziek­te van een ouder). Ook kan het zijn dat omge­vings­fac­to­ren bij­dra­gen aan een pro­bleem in de soci­aal emo­ti­o­ne­le ont­wik­ke­ling (vriendjes/vriendinnetjes, school waar het kind zit, type onder­wijs, sport­club, buurt waar­in het kind opgroeit). Met een dui­de­lij­ker beeld van de gebie­den waar­op uw kind pro­ble­men ervaart kan een pas­sen­de bege­lei­ding, trai­ning of behan­de­ling op maat gemaakt wor­den.

Hoe?

Door mid­del van vra­gen­lijs­ten en gesprek­ken kan een ver­kla­rend beeld ver­kre­gen wor­den van de fac­to­ren die een rol spe­len bij de soci­aal emo­ti­o­ne­le pro­ble­men.

Voor wie?

Voor kin­de­ren van 6–12 jaar bij wie zor­gen zijn om de soci­aal emo­ti­o­ne­le ont­wik­ke­ling.

 

Aan­dacht en con­cen­tra­tie

Het komt regel­ma­tig voor dat ouders van de leer­kracht te horen krij­gen dat hun kind zich zo moei­lijk kan con­cen­tre­ren of een slech­te werk­hou­ding heeft. Of een kind kan zich thuis zeer moei­lijk op een taak rich­ten. Er zijn veel inge­wik­kel­de cog­ni­tie­ve vaar­dig­he­den nodig voor aan­dacht en con­cen­tra­tie. Om een goed han­de­lings­ge­richt advies te geven en/of de bege­lei­ding te star­ten, is het belang­rijk dat er meer inzicht ver­kre­gen wordt in de oor­za­ken. Soms kan het zijn dat een kind op school wordt onder- of over­vraagd op cog­ni­tief gebied. Of er is spra­ke van soci­aal emo­ti­o­ne­le pro­ble­men die het kind op dat moment belem­me­ren zijn aan­dacht erbij te hou­den en zich te con­cen­tre­ren. Het komt ook voor dat een kind pro­ble­men heeft met zijn Exe­cu­tie­ve Func­ties, dat zijn de her­sen­func­ties die het moge­lijk maken dat je rati­o­ne­le beslis­sin­gen neemt, impul­sen beheerst en kunt focus­sen op wat belang­rijk is. Kijk hier voor meer infor­ma­tie. Een goed onder­zoek om inzicht te krij­gen in de deel­ge­bie­den van exe­cu­tie­ve func­ties kan op ver­schil­len­de manie­ren gedaan wor­den, afhan­ke­lijk van de hulp­vraag. Een onder­zoek naar aan­dacht en con­cen­tra­tie geeft u veel dui­de­lijk­heid en begrip voor de ster­ke en min­der ster­ke kan­ten van de cog­ni­tie­ve vaar­dig­he­den van uw kind. Na afloop van het onder­zoek ont­vangt u een uit­ge­breid onder­zoeks­ver­slag met tips en advie­zen voor ’ het dage­lijks leven’ en hand­vat­ten voor de leer­kracht van uw kind. Even­tu­eel kan een bege­lei­dingstra­ject gestart wor­den.

Hoe? 

Afhan­ke­lijk van de vraag van ouders, kind en school wordt bepaald wat de bes­te insteek is. Een onder­zoek naar aan­dacht en con­cen­tra­tie start altijd met een ont­wik­ke­lings­ge­sprek. Soms is een obser­va­tie thuis of op school al vol­doen­de om aan­kno­pings­pun­ten te krij­gen. Een intel­li­gen­tien­der­zoek kan gedaan wor­den als het ver­moe­den bestaat dat de pro­ble­men voort­ko­men uit het onder- of over­vra­gen van de leer­ling. Voor meer inzicht in de Exe­cu­tie­ve Func­ties van een kind, kan de BRIEF vra­gen­lijst afge­no­men wor­den (door ouders en leer­kracht). Een test die bij kin­de­ren afge­no­men kan wor­den om een beeld krij­gen van selec­tie­ve aan­dacht, vol­ge­hou­den aan­dacht, aandachtscontrole/switching (van de ene taak over­gaan op de ande­re taak) en res­pons inhi­bi­tie (naden­ken voor je iets doet) is de Tea-Ch. Deze test is een speels vorm­ge­ge­ven test, kin­de­ren vin­den het vaak erg leuk om deze ‘spel­le­tjes’  te doen. De afna­me­duur is afhan­ke­lijk van de leef­tijd en de hoe­veel­heid afge­no­men sub­tests, vari­a­bel tus­sen de 1 en de 3 uur.

Voor wie?

Voor kin­de­ren van 6–16 jaar die moei­te heb­ben met con­cen­tre­ren en aan­dacht.

 

Dys­lexie-onder­zoek

Wan­neer er ver­moe­dens zijn voor ern­sti­ge enkel­vou­di­ge dys­lexie (EED) kunt u bij de gemeen­te terecht voor een ver­goe­ding voor dia­gnos­tiek en behan­de­ling. In veel geval­len ech­ter, zijn er wel ster­ke aan­wij­zin­gen voor dys­lexie maar is deze in iets mil­de­re mate aan­we­zig. Er is dan geen ver­goe­ding moge­lijk voor dys­lexie­on­der­zoek. Een kind ech­ter heeft wel dege­lijk baat bij een ver­kla­ring voor de strub­be­lin­gen die het ervaart met het leren lezen en/of spel­ling. Moti­va­tie­pro­ble­men, laag zelf­beeld, faal­angst, moei­te met con­cen­tre­ren komen veel voor bij kin­de­ren met dys­lexie en mogen niet onder­schat wor­den. Wan­neer uit het onder­zoek blijkt dat er spra­ke is van dys­lexie, wordt een ver­kla­ring uit­ge­ge­ven. Met deze ver­kla­ring kan een school de leer­ling voor­zie­nin­gen en hulp­mid­de­len toe­staan. Een dys­lexie­ver­kla­ring blijft altijd gel­dig en ver­jaart niet. Daar­naast wor­den in een bege­lei­dend advies aan­wij­zin­gen gege­ven voor het inzet­ten van hulp­mid­de­len en mate­ri­a­len. Deze zijn voor elk kind met dys­lexie anders.

Hoe?

Een dys­lexie­on­der­zoek neemt 2 dag­de­len in beslag. Indien er een recent ver­slag van een intel­li­gen­tie­on­der­zoek is (niet ouder dan ander­half jaar), vol­staat 1 dag­deel en wordt 400 euro in min­de­ring gebracht op de prijs van het onder­zoek.

Voor wie?

Een dys­lexie­on­der­zoek bij Groei! wordt gedaan bij kin­de­ren van­af eind groep 3 tot en met ca 16 jaar. Wel is het belang­rijk dat aan een paar voor­waar­den wordt vol­daan:

  • Het kind heeft gro­te pro­ble­men bij lezen en/of spel­len en loopt (waar­schijn­lijk daar­door) ook bij ande­re vak­ken ach­ter. Het is belang­rijk dat er toets­ge­ge­vens beschik­baar zijn (school wordt gevraagd om een uit­draai van het leer­ling­volg­sys­teem)
  • Het kind heeft goed onder­wijs gehad en heeft vol­doen­de extra bege­lei­ding gehad (blij­kend uit mini­maal één han­de­lings­plan).

Wan­neer aan de twee­de eis (nog) niet is vol­daan, is het bij Groei! ook moge­lijk eerst gedu­ren­de een peri­o­de van 3 maan­den inten­sie­ve lees- en spel­ling­be­ge­lei­ding te krij­gen alvo­rens er een onder­zoek plaats­vindt.

 

Dyscal­cu­lie-onder­zoek

Een dyscal­cu­lie onder­zoek kan plaats­vin­den wan­neer een kind ern­sti­ge pro­ble­men heeft met reke­nen. Onder­zoek naar deze reken­stoor­nis wordt in geen geval ver­goed. Toch is het belang­rijk te onder­ken­nen wan­neer een kind dyscal­cu­lie heeft, omdat het voor veel kin­de­ren met dyscal­cu­lie heel moei­lijk te accep­te­ren is dat zij veel moei­te heb­ben met reke­nen. Bij kin­de­ren met dyscal­cu­lie zijn faal­angst, moti­va­tie­pro­ble­men, een laag zelf­beeld en moei­te met con­cen­tre­ren eer­der regel dan uit­zon­de­ring. Een onder­zoek brengt de ster­ke en zwak­ke reken­vaar­dig­he­den in kaart en een dui­de­lijk han­de­lings­ge­richt advies is onder­deel van het onder­zoek. Ook wordt een dyscal­cu­lie­ver­kla­ring uit­ge­ge­ven. Deze ver­kla­ring blijft altijd gel­dig en ver­jaart niet. School kan met deze ver­kla­ring de juis­te onder­steu­ning bie­den en de juis­te hulp­mid­de­len en voor­zie­nin­gen toe­staan.

Hoe?

Een dyscal­cu­lie­on­der­zoek neemt 2 dag­de­len in beslag. Indien er een recent ver­slag van een intel­li­gen­tie­on­der­zoek is (niet ouder dan ander­half jaar), vol­staat 1 dag­deel en wordt 400 euro in min­de­ring gebracht op de prijs.

Voor wie?

Een dyscal­cu­lie onder­zoek bij Groei! wordt gedaan bij kin­de­ren van­af groep 4 tot en met ca 16 jaar. Wel is belang­rijk dat aan een paar voor­waar­den wordt vol­daan:

  • De school toont aan dat het kind inten­sie­ve reken­be­ge­lei­ding heeft gekre­gen (gedu­ren­de 2 onder­wijs­pe­ri­o­den, mini­maal 2 keer per week een half­uur).
  • De school onder­bouwt de ernst van het reken­pro­bleem. De school toont aan dat er op 3 ach­ter­een­vol­gen­de meet­mo­men­ten spra­ke is van een ern­sti­ge ach­ter­stand, ondanks inten­si­ve­ring van bege­lei­ding, gedu­ren­de 2 peri­o­den. Met een ern­sti­ge ach­ter­stand bedoe­len wij: V(min)-score of E-sco­re (laag­ste 10%) bij Cito-reke­nen.

Wan­neer aan de eer­ste eis (nog) niet is vol­daan, is het bij Groei! ook moge­lijk eerst gedu­ren­de 6 maan­den inten­sie­ve reken­be­ge­lei­ding te krij­gen. Wan­neer na deze inten­sie­ve peri­o­de blijkt dat er onvol­doen­de voor­uit­gang is geboekt, kan een onder­zoek de vol­gen­de stap zijn.